Adriaen Valerius (1575 – 1625)

Geplaatst op: 25 april 2011

Adriaen_ValeriusBijna elke zomer dwaal ik even door het Zeeuwse stadje Veere. De massieve Grote Kerk, de slanke toren met een twinkelend carillon van het zeer fraaie stadhuis, zij bepalen al van vér het silhouet van Veere. Slenterend langs de Kaai met haar historische koopmanshuizen. De haven, waar oude botters tot de afsluiting van het Veerse Meer in 1962, hun thuisbasis vonden. De geuren van getaande netten, gevlochten touw, in pek gedrenkte schaaldelen, weeïge stookolie en pruttelende motoren; het is verdwenen evenals het vissersvolk. De mannen met hun door-weer-en-wind gegroefde gelaat; zij bevoeren ooit de woeste zee en wierpen hun netten uit bij de rijke visgronden.

Een andere vloot ligt in de haven; ‘executive’ gepolijste zeejachten met een zongebruinde bemanning. Op de hoek van de haven; de Campveerse Toren, een heel veel sterren restaurant waar parkeren plaats biedt aan glimmende bolides van Duitse ontwerpers met een hoog typenummer. De Markt met haar authentieke plaveisel, aangekleed door hoge bomen, aan weerszijden huizen met trapjes gevels en het stadhuis met haar rijk bewerkte voorgevel. We slaan de Kerkstraat in, en wandelen naar een klein stadspark. Hier ontmoeten we in een eenvoudig beeldsculptuur een bekende inwoner uit het verleden van Veere: Adriaen Valerius.

Een voorname burger moet Adriaen Valerius geweest zijn; hij maakte deel uit als ‘Schepen’ (wethouder) van de Stad Veere.

Valerius is niet bekend geworden door zijn bestuurlijke kwaliteiten; veel meer door zijn samenstelling van een liederenbundel die we kennen als de ‘Valerius Gedenck-clanck’. Liederen ontstaan tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648). De Nederlanden die onder Spaanse heerszucht dreigden onder te gaan en het prille protestantisme gruwelijk vervolgden.

Zo maar wat bekende titels uit deze fraaie bundel:‘Wilt heden nu treden’, ‘Gelukkig is het land’, ‘O Heer die daer des hemels tente spreydt’, ‘Heere kere van ons af’, ‘Hoe groot o Heer en hoe vervaarlijk’, ‘Merck toch hoe sterck’, ‘O Nederland let op uw saeck’, ‘Waer dat men sich al keerd of wend’, Stort tranen uyt, schreit weende luyt’ en het veel gezongen lied ‘Komt nu met zang vol zoeten tonen’. De teksten spreken vaak van een eenvoudig Gods vertrouwen en de Heere wordt erkend voor Zijn daden. Deze volksliederen zijn oerprotestants van inhoud.

Onze voorgeslachten hebben deze liederen gezongen in tijden van strijd, moeite en bedreiging; in tijden van overwinning, voorspoed en dankbaarheid, in tijden van oorlog en vrede. In tijden van kroningen van onze koningen. In tijden waarin we ons verbonden voelen met het Huis van Oranje Nassau..

Nooit vergeet ik de beelden van Hare Majesteit Koningin Beatrix bij haar bezoek aan Kampen op 30 april 1988. (Eerst was Genemuiden bezocht.) De Bovenkerk was gevuld met alle Kamper koren onder leiding van Klaas Jan Mulder. Toen de Koningin met haar gevolg de Bovenkerk binnen schreed, zette dit koor van duizend stemmen in met het Valerius ‘Komt nu met zang vol zoete tonen’ aangevuurd tot zingen met Willem Hendrik Zwart achter het orgel.

Onze vorstin was zichtbaar geroerd, door de zang van dit bekende Valerius-lied, ruisend door de Bovenkerk.

Ik ben blij dat Adriaen Valerius is opgenomen in de ‘vriendenkring’ van Harpe Davids. Enkele van zijn bekendste liederen zijn toegevoegd aan ons repertoire.

Zomer in Veere. We nemen hartelijk afscheid van Adriaen Valerius. Door de nauwe straatjes wandelen we naar de boorden van het Veerse Meer. Zeilbootjes scheren over water. Het carillon speelt vaderlandse liederen. Zachtjes loop ik mee te neuriën.

Denkend aan Holland, denkend aan Veere, denkend aan Valerius.

JK