De bovenstem

Geplaatst op: 2 mei 2011

-archief, nieuwsbrief Harpe Davids 2008-

‘Hoogleraar gaat bovenstem onderzoeken’ kopte De Stentor enkele weken op haar voorpagina. Het betreft de Groningse hoogleraar Dr. Jan Luth (docent liturgiewetenschappen aan de Rijksuniversiteit) die een wetenschappelijk onderzoek wil doen naar de herkomst van de bovenstem. ‘Genemuiden’ wordt wel de bakermat van de bovenstem genoemd. Voor deze krant een reden om een goed gesprek vast te leggen enkele met ‘BG-ers’ (Bekende Genemuidenaren); Arend Booij, Albertus van Dijk en Henk Hammer.

Ik juich dit onderzoek van harte toe! ‘k Zou bij deze een oproep willen doen : stel een breed gedragen klankbordgroep samen uit alle geledingen van onze gemeenschap waarbij het zingen van de bovenstem van toepassing is. Een van de praktische uitvloeiselen zou moeten zijn; het komen tot een uitgave met een ‘standaard-notatie’ van psalmen met de bovenstem. Tot op heden circuleren er diverse notaties die onderling, zij het marginaal, tòch van elkaar afwijken. En ten tweede;  het opzetten van een passende koraalharmonisatie voor het zingen van de psalmen met de bovenstem. Terecht merkte Arend Booi in De Stentor op dat de rol van organist als begeleider bij de bovenstem van eminent belang is. Zo kan één en ander definitief worden vastgelegd voor gebruik op school, koor én kerk. We maken dan gebruik van dezelfde bovenstem-notatie!

Dat het zingen van de bovenstem mogelijk is ontstaan in vissersplaatsen rondom de voormalige Zuiderzee heeft sterke papieren. Immers de gemeentezang van Urk, Genemuiden en Elburg is in deze plaatsen ook vermaard. De hervormde predikant Ds. W.L. Tukker schreef later over zijn Elburgse periode (1942-1946) ‘Mooie, grote Sint Nicolaaskerk met een prachtig orgel. En dan dat zingen! Machtig als de golfslag van de zee, zij zongen op stemmen’.

Ds. J. T. Doornenbal verhaalde eveneens in zijn diverse bijdragen (1947-1973) voor de Veluwse Kerkbode over het zingen van de (boven)zang in de door hem genoemde ‘kathedraal’ van Elburg, ruim 60 jaar geleden: ‘Zondagmiddag preekte ik in Elburg. Het regende, regende, eindeloos die Zondagmiddag en –avond en de regensluiers hingen om alle wegen en bossen en dorpen en maakten het landschap eentonig en grijs. Maar toch was ’t zo goed in het oude Elburg, op die eerste Zondag van Advent, in de oude, volle kathedraal, waar de avondlampen reeds branden in de donkere najaarsmiddag, tussen de hoge gewelven en onder de luifels der eikenhouten banken tegenover de kansel en waar ’t diep ontroerend psalmgezang ondersteund door de tonen van ’t majesteitelijk orgel, opklonk als een stem van vele wateren uit de honderden monden van de koningen der zee. Een dienst in Elburg is alleen al een gebeurtenis om het zingen van de psalmen. Wie deze gemeente hoort zingen in haar schone kathedraal, langzaam, statig, sterk, ondersteund door het machtig orgelspel, die wordt het weer duidelijk; zo hoort het! Daar gaat iets van uit, dat is tot de eer des Heeren en tot stichting van Zijn gemeente. En je zou ’t altijd zo verlangen, van rustdag tot rustdag ; ‘Hoe liefelijk zijn Uw woningen , o Heere der Heirscharen…”

In maart 1957 is Ds. J.T. Doornenbal aanwezig bij de intrede van Ds. C. Hegeman in de Gereformeerde Gemeente van Genemuiden en informeert de lezers van de kerkbode o.a. deze dienst ; ‘en dan dat zingen! Langzaam, plechtig, een orkaan van stemmen, gedragen door het orgel, het was als een apotheose, een aanbidding van het Lam in de triomferende kerk, machtig en meeslepend.’

Zelfs ‘aan het einden der aarde’ zoals Ds. Doornenbal altijd de afgelegen landstreken beschrijft, komt hij in aanraking met het zingen van psalmen met bovenstem uit…Genemuiden. Tijdens een reis door Amerika verblijft hij op een gastadres aan de Westkust. Gezeten op een veranda voor het huis, turend over de Stille Oceaan, beluisteren zij dié avond grammofoonplaten met psalmen mét bovenstem uit Genemuiden. Bovenstem: een vocaal cultuurgoed wat wij met liefde moeten bewaren!

JK