Een klein getal

Geplaatst op: 19 november 2011

Maandagavond in Overijssel.

De kerkzaal van de Jachin en Boaz kerk loopt vol met koorleden. Al snel is de wekelijkse repetitie in volle gang. Vol enthousiasme worden de stukken voor het komende kerstconcert ingestudeerd. De dirigent luistert kritisch. De accenten bij ‘Vol van pracht’ moeten anders liggen, om een volle klank te krijgen moeten de monden nog meer open en in de tweede regel van ‘Stille Nacht’ wordt werd wordt.

Als je al die rijen met zingende mannen ziet, zou je niet zeggen dat deze groep een klein getal is. Toch is het zo. Het overgrote deel van ons land zegt de kerk niets meer, laat staan dat men in hun vrije tijd bezig is met kerkelijke activiteiten. Dan zijn we klein. Ook al gaat het op plaatselijk niveau om een groot aantal mensen. Je kunt je klein voelen als je aangeeft dat je dit jaar niet op de kerstborrel van het bedrijf bent, omdat je die avond een uitvoering met je koor hebt en je niet-begrijpende blikken ontmoet. Daarvoor hoeven we echt niet ver uit de buurt te zijn.

Maandagavond in Noord-Holland.

Ook in de Westerkerk wordt maandagavond gerepeteerd. Koorleden druppelen binnen. De damespartijen zijn redelijk vertegenwoordigd. Maar de herenpartijen… drie tenoren, drie bassen… waarvan er één binnenkort vanwege verplichtingen moet afhaken. Aan het einde van ieder seizoen krabt men zich op het hoofd: gaan we nog door? Zou het nog gaan? Letterlijk en figuurlijk een klein getal. Als je het dan hebt over koren met 70, 80 leden… Wat zouden ze al blij zijn met een tiende daarvan!

Dankbaarheid voor ieder lid dat zijn stem aan het koor wil geven is op zijn plaats. Hoe bezorgd we ook kunnen zijn, hoe groot de verschillen in ledental zijn, we moeten maar niet al te veel bezig zijn met getallen. Laten we als koren voor elkaar bidden, naar elkaar luisteren en met elkaar zingen. Hoe groot of hoe klein een koor ook is, als Gods zegen erop rust dan mag het goed zijn. Dan geldt wat staat in het Mattheüs-evangelie: Waar twee of drie vergaderd zijn in Mijn Naam, daar ben Ik in het midden van hen. En… het aantal zangers in het hemelse koor zal door niemand te tellen zijn.

J. Bijlaar