Notatie Psalm 84

Geplaatst op: 28 november 2011

Is het een traditie of een voorspelbaar patroon? Bij bepaalde gebeurtenissen in ons kerkelijke leven kiezen we passende psalmen.

In nagenoeg elke huwelijksdienst zingen we enkele coupletten van Psalm 134.

Altijd een indrukwekkend moment als bij de regel ‘En knielt eerbiedig voor Hem neer’ het bruidspaar mag plaatsnemen op de knielbank voorin de kerk. Aansluitend mag de gemeente dan de bekende zegenbede uit deze psalm toezingen: ‘Dat ‘s Heeren zegen op u daal’.’

Bij de bediening van de Heilige Doop zingen we meestal vooraf enkele verzen van Psalm 87 of het vijfde vers van Psalm 105: ‘God zal Zijn waarheid nimmer krenken’.

Het trof me dat enkele jaren geleden in een rouwdienst in de Gereformeerde Gemeente van Kampen, van het jonggestorven dochtertje van de familie De Kruyff uit Grafhorst, ds. J.J. Tanis juist met déze psalm de plechtigheid afsloot. Kort hiervoor was ook aan dit meisje het teken en zegel van het verbond aangebracht. Over de God van Abraham, Izaäk en Jakob, Die trouwe houdt tot in eeuwigheid en nooit laat varen het werk Zijner handen.

Toén had de gemeente deze psalm ook mogen belijden voor het late nageslacht. En nu, bij haar laatste gang opnieuw: ‘God zal Zijn waarheid nimmer krenken, maar eeuwig Zijn verbond gedenken’. Ja, zelfs met gegronde hoop voor dit kleine meisje is deze psalm aangeheven!

In de Christelijke Gereformeerde Kerk van Elburg is het de laatste jaren een goede gewoonte om de oudejaarsdienst te besluiten met het staande zingen van Psalm 79:4: ‘Gedenk niet meer aan ’t kwaad dat wij bedreven’. Zelden heb ik deze psalm zo eerbiedig, gedragen en vol van ootmoed horen zingen als bij de laatste jaarwisseling.

En nu Psalm 84, die tot op de dag van vandaag in het Veluwse Putten een bijzondere betekenis heeft . Elk jaar op de zondag rond 2 oktober worden tijdens de kerkdiensten in de Oude Kerk en Nieuwe Kerk van Putten staande Psalm 84:3 en 4 gezongen. Het waren deze psalmverzen, die meer dan 600 opgepakte mannen op maandagmorgen 2 oktober 1944 in de Oude Kerk van Putten gezongen hebben voordat ze weggevoerd werden naar een concentratiekamp in de buurt van Neuengamme (D).

Kort voor zijn overlijden in 1948 schreef Ds. C.B. Holland, toen predikant in Putten, iets over de verschrikkelijke gebeurtenissen in Putten, waar hij in de oorlogsjaren predikant was.

“Laat ik nu iets mogen schrijven. De jaren 1943/1944. Zij zijn zeer zware jaren voor mij geweest, hoewel de Heere God Zich niet onbetuigd heeft gelaten. In 1943 was het de geschiedenis met ds. Wolters, zoo iets kost je nachtrust. In 1944 waren het vooral in het laatste deel van het jaar de wegvoering van meer dan 600 jongens en mannen uit Putten. 1 Oct. des Zondags had ik ’s morgens gepreekt over Hosea 6:1: ‘Komt en laat ons wederkeren tot den Heere, want Hij heeft ons verwond en Hij zal ons genezen. Hij heeft geslagen en Hij zal ons verbinden.’

En des namiddags werden wij saamgedreven naar de school en de kerk. Ik heb zelf ook een nacht in de kerk opgesloten gezeten. Den volgende morgen (maandag) heb ik een kort woord gesproken tot diegenen, die in de kerk waren en daarna hebben we samen gezongen Psalm 84 vs 3, 4: ‘Welzalig’, enz. Later op de dag werden de mannen en de jongens weggevoerd; ongeveer een dertig zijn teruggekomen. Toen volgde de winter. En in mei 1945 kwamen de lijsten binnen van hen, die overleden waren.

10 mei ’45, het was juist Hemelvaartsdag, heb ik ’s avonds ongeveer half elf een lange doodenlijst , ongeveer 180 overledenen, bij walmend petroleumlicht in de kerk voorgelezen. Ontzettend was dat. Ik moest mij hard houden om het te doen, terwijl de menschen als stomme doodsbleke beelden zaten te horen naar de verschrikkingen, die ze te hooren kregen. En toen was het, dag uit dag in, nieuwe doodstijdingen en bezoeken bij de getroffenen. En ik was hier altijd nog alleen als predikant. Ik schrijf maar iets.

Dit is goed gegaan tot 30 sept. 1945, toen heb ik een lichte beroerte gekregen. Te hooge bloeddruk. Toen is mijn werk eensklaps afgelopen. Op de herdenkingsdag 2 oct. der wegvoering lag ik in bed. Tegen 1 nov.’45 heb ik toen ontslag aangevraagd van mijn Predikantschap.”

Nadat Ds. C.B. Holland nog iets heeft verteld over zijn 40-jarig ambtsjubileum in 1943 en afscheidsprediking in 1946 over ‘de goedgunstigheid Desgenen, Die in het braambosch woonde,’ (Deut. 33:16 m) schrijft hij: “De ouderdom bezorgt ons ook niets. Ik mag volstrekt niet klagen, ik geniet de beste verzorging. Maar voldoening wordt er niet gevonden in iets, wat hier beneden is. De Heere zelf in Christus Jezus alleen kan ons voldoening zijn. Dit wordt dagelijks geleerd, ook in de ouderdom. Zoo mag de bede wel zijn: ‘Trek ons, Heere, wij zullen U naloopen.’ Nu houd ik op met schrijven.”

Na persoonlijke groeten besluit hij met de bede, dat “de gunst des Heeren om Christus wil op u en ons rusten tot in eeuwigheid ter oorzake van de eere Zijns Naams. C.B. Holland.”

3.
Welzalig hij die al zijn kracht
En hulp alleen van U verwacht
Die kiest de welgebaande wegen
Steekt hen de hete middagzon
In ’t moerbeidal,Gij zijt hun bron,
En stort op hen een milden regen
Een regen, die hen overdekt,
Verkwikt en hun tot zegen strekt.

4.
Zij gaan van kracht tot kracht steeds voort;
Elk hunner zal, in ’t zalig oord
Van Sion, haast voor God verschijnen.
Let, HEER der legerscharen, let
Op mijn ootmoedig smeekgebed;
Ai, laat mij niet van druk verkwijnen
Leen mij een toegenegen oor,
O Jakobs God, geef mij gehoor.

JK