Zingen bij Piet van Egmond

Geplaatst op: 13 april 2012

naar aanleiding van de 100ste geboortedag van Piet van Egmond

Psalmzangavonden, psalmzangdagen, psalmen met bovenstem, zang- en orgelavonden, het zingen van Engelse Hymns, zingen in de grote kathedralen, concertreizen naar het buitenland. Wekelijks vullen de kolommen van het RD zich met veel zangactiviteiten in den lande.

Soms frons je je wenkbrauwen bij het lezen van medewerkenden bij diverse muzikale bijeenkomsten. Voor ‘dertig zilverlingen’ zijn muzikanten uit de bewegende media best bereid om mee te werken aan een avond ‘geestelijk entertainment’.

Cd’s, dvd’s van koorzang, maar toch… Toch blijf ik een groot liefhebber van het zwarte vinyl: de oude grammofoonplaat. Lp’s gestoken in kleurrijke hoezen met de mooiste afbeeldingen en uitgebreide tekstinformatie. Een hobby waar geen einde aan schijnt te komen. Elke keer tref je wat nieuws op je zoek- en speurtochten bij kringloopwinkels en rommelmarkten. Zo ook een bijzondere lp : ‘Zingen met Piet van Egmond’. pietvanegmond1968

Piet van Egmond (1912-1982) was een begenadigd organist en dirigent. Op jonge leeftijd (21 jaar) werd hij benoemd als organist van het Concertgebouw in Amsterdam. Hij heeft diverse kerken in Amsterdam en Haarlem mogen dienen als organist. Vanaf 1971 tot 1977 was hij organist van de Grote Kerk in Apeldoorn. Met zijn dirigentschap kreeg hij grote bekendheid door de uitvoering van de Matthäus-Passion van Johann Sebastian Bach. Onder de orgelliefhebbers genoot hij bekendheid vanwege zijn improvisaties. Volstrekt uniek en met een geheel eigen klankkeur.

Ondanks zijn grote capaciteiten beleefde Piet van Egmond zijn beste momenten als ‘eenvoudig’ organist bij de samenzang van bijeenkomsten met randkerkelijken. Door de toenemende ontkerkelijking ontstond in 1963 in Amsterdam een nieuw fenomeen: Dienst met Belangstellenden op zondagavond (DmB-diensten zoals ze later genoemd werden). Plaats van samenkomst was vooral de historische Oude Lutherse Kerk aan het Spui in Amsterdam. Dit kerkgebouw bood voor de 1200 bezoekers voldoende ruimte.

Het waren die jaren waarin kerkelijk Nederland volop in beweging was. Het lijden en sterven van de Heere Jezus was voor de theoloog prof. Smits een uitgemaakte zaak: “Geef mijn portie maar aan fikkie.” De vrouw wordt toegelaten in het ambt. Ds. G. Boer, de in brede kring zeer geachte voorzitter van de Gereformeerde Bond, twist met de ethische prof. Berkhof over de leerstukken van het heil. Vernieuwingen in de liturgie krijgen een plaats in de eredienst. De bevrijdingstheologie, feministische theologie, God-is-dood theologie en andere gruwelijkheden steken de kop op. De oude waarheid in de vaderlandse kerk ‘kermt, treurt nooddruftig en zucht omdat Mijn volk verwoest wordt en verdreven,’ De grote stadskerken raken leeg en sluiten de deuren. Aan de ‘Vereniging van 1907′ met haar Ledeboeriaanse gemeenten gaat dit proces volledig voorbij. ’t Is alsof de duisternis van Egypte scheiding maakt: ‘maar bij al de kinderen Israëls was het licht in hun woningen.’

De ‘DmB-diensten’ slaan de eerste jaren behoorlijk aan. Het zingen van een bekend lied of een geliefde psalm roept herkenbaarheid op. Er is veel samenzang die onderbroken wordt door een korte meditatie van een predikant.

Van enkele diensten zijn opnamen gemaakt die later op lp zijn verschenen: ‘Zingen bij Piet van Egmond’. En zingen doen de aanwezigen zéker met Piet van Egmond! De tekst van de psalm of van het lied is bepalend voor de improviserende Piet van Egmond. Zijn spel krijgt daardoor iets symfonisch. Bij Psalm 84 hoor je bij hem de mus en zwaluw en Psalm 150 is één jubel van klanken. Bij het lange voorspel over het bekende zeevaarderslied ‘O eeuw’ge Vader sterk in macht’ ploegt het schip door de storm en in de woeste zee bruisen de klanken onder de handen van Piet van Egmond. Met gevoel voor tekst én sfeer is er een improvisatie door hem te beluisteren over ‘Door de nacht van smart en zorgen, schrijdt de stoet der pelgrims voort’. Die stoet zie je onder Van Egmond voortrekken, door de donkere nacht…

De ‘DmB-diensten’ in Amsterdam zijn al lang ter ziele. Het was voor velen vaak de laatste kennismaking met een belangrijk onderdeel van de christelijke religie; het zingen van een psalm of lied bij het orgel. Hoe oprecht de bedoelingen ook geweest zijn; randkerkelijken zijn niet of nauwelijks meer teruggekeerd naar het hart van de kerk, namelijk de levende verkondiging van het Woord des Heeren.

JK