Psalmen op het Binnenhof

Geplaatst op: 16 november 2012

Nederland is weer bestuurbaar. Voorlopig even geen woorden als ‘demissonair’ en ‘controversieel verklaren’, maar: ‘bruggen bouwen’. De liberalen en de volgelingen van het socialisme hebben elkaar omarmd. De liefde voor elkaar is eigenlijk al heel oud. Hun wortels gaan terug naar de Franse Revolutie in 1789: vrijheid, gelijkheid en broederschap, geen God en geen meester. Het jaar 1789 is actueler dan ooit…

Psalmen op het Binnenhof? Vanaf 11 mei 1973 tot en met 22 maart 1977 neemt het kabinet-Den Uyl plaats op de regeringszetels. Voor politieke liefhebbers onder ons: het kabinet-Den Uyl was samengesteld uit de partijen PvdA, D66, CHU, ARP en KVP. Het was de laatste keer dat CHU, AR en KVP als zelfstandige partijen deelnamen. In 1977 fuseerden zij tot het CDA. Dit kabinet onder leiding van minister-president drs. J.(oop) M. den Uyl was het eerste kabinet na de Tweede Wereldoorlog dat een zeer progressief beleid in Nederland voorstond. Premier Den Uyl schafte de troonbede af bij het voorlezen van de troonrede , de wetgeving rondom abortus werd gelegaliseerd, filmkeuring werd afgeschaft, verkoop van drugs begon zijn ingang te verkrijgen, enzovoort.
Binnenhof Panorama in Den Haag

Fractievoorzitter Aantjes van de ARP (Anti Revolutionaire Partij, opgericht door Abraham Kuyper) kreeg het bij een spreekbeurt in het behoudende Spakenburg zwaar te verduren. De voorzitter van de kiesvereniging opende de politieke bijeenkomst met het laten zingen van Psalm 1:1: ‘Welzalig hij die in der bozen raad, niet wandelt, noch op ’t pad der zondaars staat, noch nederzit, daar zulken samenrotten, die roekeloos met God en godsdienst spotten.’ Of er een pijl op mij afgeschoten werd, verklaarde Aantjes later.

Psalmen op het Binnenhof? Premier Den Uyl en zijn minister van Defensie Henk Vredeling hadden één ding gemeen: zij waren opgegroeid in een degelijk gereformeerd gezin, waarbij de zondagse kerkgang een voorname plaats innam. Het onderwijs werd genoten op christelijke lagere én hogere scholen. Zij leerden daar de psalmen en werden onderwezen in de Bijbel. Bij de vervolgstudie aan de Universiteit ging het fout. Den Uyl zwoer zijn christelijke opvoeding af en werd een agnost. De vrijgemaakte-gereformeerde Vredeling nam eveneens op jonge leeftijd afscheid van het christelijk geloof.

De minister van Defensie stond bekend om zijn eigenzinnige karakter. Ongezouten kon hij in interviews, bijeenkomsten en vergaderingen collega’s of andere personen schofferen. Het werd Den Uyl als voorzitter van de ministerraad toch eens te gortig. Voor de zoveelste keer had Den Uyl zich in de Tweede Kamer moet verantwoorden voor het gedrag van zijn minister. Den Uyl ontbood Vredeling na een wekelijkse kabinetsvergadering. ‘Henk , luister eens even goed. Weet je nog dat we vroeger op school een psalmversje geleerd hebben?’ Henk keek Den Uyl vragend aan en vroeg wat hij precies bedoelde. ‘Zet, HEER’, een wacht voor mijne lippen,’ citeerde Den Uyl, ‘behoed de deuren van mijn mond,’ vervolgde Vredeling. ‘Opdat ik mij, tot genen stond, iets onbedachtzaams laat’ ontglippen,’ spraken zij samen uit. Even was er weer gereformeerde herkenning.