Ds. F. Mallan – Psalmen en geestelijke liederen

Geplaatst op: 8 december 2012

Ds. F. Mallan, emeritus-predikant van de Gereformeerde Gemeenten in Nederland, schrijft wekelijks in ‘De Wachter Sions’ een bijdrage over vragen van lezers.

In Januari 2007 vraagt een lezer aan Ds. F. Mallan iets te schrijven over Psalmen en geestelijke liederen. Iets ingekort neemt de redactie de bijdrage van Ds. F. Mallan over:

‘Ik hoor graag mooi zingen en er zijn ook Psalmzangavonden waar mooi gezongen wordt. De jonge mensen kunnen zich daar beter heen begeven dan naar die plaatsen waar de zaterdagavonden in ijdelheid worden doorgebracht. Maar het mooiste zingen wordt op de hemelse hogeschool geleerd.

Het is volgens uw schrijven uw bedoeling ook wel geweest dat ik over het zingen van Psalmen en bepaalde geestelijke liederen eens zal schrijven. U bent er van overtuigd, zoals ik uit uw schrijven heb begrepen dat men de psalmen eigenlijk alleen met het hart kan zingen, als men een kind van God mag zijn. Maar u begrijpt ook wel dat dit ook geldt van bepaalde geestelijke liederen. U hebt dan bijvoorbeeld gedacht aan het bekende lied dat achterin het vragenboekje van Hellenbroek staat; ‘Eens was ik een vreemdeling van God en mijn hart’. Dat is een heel mooi lied. Als ik met vragen overhoren aan het einde van het vragenboekje was gekomen, heb ik ze wel gevraagd of ze dat lied ook kenden. En als ze dan een ontwijkend antwoord gaven, heb ik gezegd dat ze dan nu maar een keer in plaats van de vragen dat lied moesten leren. Het is een lied dat Gods ware volk altijd veel te zeggen heeft gehad.

U hebt me ook gevraagd wat mijn gedachten was over een ander geestelijk lied als bijvoorbeeld: ”k Wil U, o God mijn dank betalen’. Er wordt in dat vers gezegd; ‘Maar Gij mij licht begeeft mij niet’. Hetzelfde wordt ook gezegd in de Psalmen. En dan denkt u bijvoorbeeld aan Psalm 27, waar in de oude berijming van Datheen zowel als in de nieuwe berijming van 1773 over God als Licht wordt gesproken. God wordt in het genoemde vers ook Vader genoemd, maar dar geschiedt toch in de Psalmen ook. We hebben maar te denken aan Psalm 103 vers 7. Een onbekeerd mens zingt die Psalm toch ook? U hebt me de vraag hierover niet als een strikvraag gesteld, zoals u me hebt doen weten. Er zijn ook werkelijk wel mooie geestelijke liederen. Het is alleen jammer dat men een algemene verzoeningsgeest proeft in vele gezangen. De inhoud ervan wordt ook veelal in een algemene zin opgevat. Maar als men ze zo niet uzelf toe-eigenend zingt, kan er niets op tegen zijn om ze te zingen, hoewel men wel onderscheid tussen het ene gezang en het andere gezang moet maken. Maar als mijn kinderen groot geworden waren en nog in het ouderlijk huis waren, is het gebeurd dat ze met hun catechisatievrienden en vriendinnen ’s avonds bij mij in huis met orgel deze liederen zowel als de psalmen zongen. Ik mocht dat ook graag horen en was er blij mee dat ze zich niet op andere plaatsen begaven om zich daar op een zondige wijze te vermaken.

Nu, ik heb nu ook geschreven dat er gezangen zijn die men op een oppervlakkige wijze zingt, daar men de inhoud ervan zich geheel toe-eigent. Maar dat kan met de Psalmen ook gebeuren. Het is nog niet zolang geleden dat ik ergens het 19e vers van Psalm 89 hoorde zingen op een tempo dat meer op een opzeggen dan op een zingen leek. En dan te moeten denken welke ernstige woorden over de kortstondigheid van het leven. Ik voelde wel aan dat er niets beseft werd wat men zong. Het zal dus altijd nodig zijn dat er enig besef van mag zijn wat de inhoud van een Psalm of een bepaald lied is, wat dan ook in het zingen daarvan zal blijken.

In onze gemeenten in Amerika en Canada zingt men de Psalters, wat dan ook eigenlijk Psalmen zijn, maar in de Engelse taal in een andere dichtvorm. Er zijn ook mooie Psalters bij en het is ook de bedoeling dat men zich daarbij wat inhoud betreft geheel aanpast bij de inhoud van de onberijmde Psalm. Er is dus over dit onderwerp nog wel wat te schrijven.

U hebt me geschreven dat de Bijbel ook spreekt van een spelen op een snarenspel. In Psalm 77 horen we de dichter zeggen : ‘Ik dacht aan mijn snarenspel’. Hij dacht dan ook aan een goede tijd in zijn leven, waarin hij uit zijn hart vandaan op het snarenspel mocht spelen tot verheerlijking Gods. Och, in de Psalmen die we in de Bijbel vinden, vinden we eigenlijk niets anders dan de ware zielsbevinding.

En daarom wil ik ook mijn brief gaan besluiten met u van harte toe te wensen dat u aan de bevindelijke waarheid maar vast mag blijven houden en de psalmen en geestelijke liederen uit uw hart vandaan zult mogen leren zingen.

Bron: Wachter Sions