Kerstmuziek Jan Zwart

Geplaatst op: 24 december 2013

In 2013 was het 75 jaar geleden dat de bekende organist Jan Zwart (1877-1937) overleed. Veel van zijn orgelwerken zijn bekend en geliefd. Zwart was niet alleen organist van de Hersteld Evangelisch-Lutherse Kerk in Amsterdam, maar ook dirigent van het kerkkoor in zijn gemeente. Verder beheerde Jan Zwart een eigen muziekuitgeverij, was hij hoofdredacteur van ‘Het Orgelistenblad’ en had hij een lespraktijk.
Aandacht voor de kerstmuziek van Jan Zwart: Suite Kerstfeest 1 & 2, een drietal Kerstcantates én een kerstwens uit 1928.

Suite Kerstfeest 1 & 2

Ijan_zwart_3n oktober 1917 verschijnt van Jan Zwart in de serie ‘Nederlandsche Orgelmuziek voor kerk- en concertgebruik’ Boek I: de Fantasie over het Lutherlied ‘Een vaste burcht is onze God’, met het oog op het naderende kerstfeest spoedig gevolgd door Boek II: Suite Kerstfeest nr.1.
Zijn zoon Jaap Zwart (1924-2001) geeft een toelichting op de compositie van zijn vader:

‘Kerstsuite no.1 componeerde hij in het jaar 1917. Na de opening met een majesteuze fantasie over ‘Eere zij God’ volgt het lief’lijke ‘Stille nacht’ waarvan de eerste versie met een steeds terugkerende bas werd bewerkt. De tweede variatie met het fluitregister geeft een pastoraal effect. Bij het ‘Daar ruist langs de wolken’ ligt de eerste stem in de tenor terwijl deze wordt overspeeld door een lopende tegenmelodie. Na de beide variaties over ‘O hoe heerlijk, hoe begeerlijk’, volgt een stemmige canonische bewerking van ‘Nog juicht ons toe die zaal’ge nacht’. Het werk wordt besloten met een degelijk voorspel in fugatische vorm over Gezang 26 ‘Halleluja, looft den Heer’.

In 1936 verschijnt in de genoemde serie Boek XIII: Suite Kerstfeest nr. 2 Jaap Zwart:
De Kerstsuite no. 2 werd bijna twintig jaar na de suite no.1 gecomponeerd in 1936. Deze tweede suite begint met een feestelijk praeludium over ‘Komt allen tezamen’, gevolgd door twee pastorales. De eerste over de herderszang ”t Was nacht in Bethlehems dreven’. Goed gekozen is daarbij als tegenmelodie het ‘Stille nacht’. De tweede over ‘De herdertjes lagen bij nachte’. Na een koraal intermezzo over het bekende ‘Vanuit de hemel daalde Ik neer’ volgt een stemmige meditatie over ‘Vol van pracht’ en deze suite besluit met een blijmoedig postludium over ‘Daar is uit ’s werelds duist’re wolken’.

Everhard Zwart en Dr. Frits Zwart stuiten bij onderzoek naar de muziek van hun grootvader op verrassende bijzonderheden bij het concept van de beide kerstsuites:
Dr. Frits Zwart: “Van de Kerstsuite nr.2 heb ik materiaal gezien uit de jaren van voor 1910, bewerkt, of misschien wel oorspronkelijk voor kinderkoor en viool.”
Everhard Zwart geeft nog meer details: “De verschillende delen van Suite Kerstfeest I uit 1917 zijn in de jaren hiervoor ontstaan. Dat geldt ook voor verschillende delen uit ‘Suite Kerstfeest II’ Van sommige delen bestaan eerdere versies gecomponeerd voor fluit, viool en driestemmig kinderkoor met orgelbegeleiding. ‘Voor kerstfeest 1906’ zoals het manuscript vermeld, is al een ‘De Herders’ gecomponeerd voor deze samenstelling over de melodie van ”t Was nacht in Beth’lems dreven’, wat in Suite II als Pastorale I opgenomen is.
Het ‘Eere zij God’ dat geschreven is voor Suite I, is genoteerd ‘voor kerstfeest 1907’. In de meditatie ‘Vol van pracht’ uit Suite II klinken zo weer fragmenten uit een eerdere bewerking, ook weer voor fluit, viool en driestemmig kinderkoor met orgelbegeleiding ‘voor kerstfeest 1911’.

Naast ‘Suite Kerstfeest no. 1’ en ‘Suite Kerstfeest no. 2’ verschijnen er van Jan Zwart orgelbewerkingen over een tweetal adventsliederen: ‘Hoe zal ik U ontvangen’ en ‘Op, op die ’t rijk bewonen’. De ‘Lofzang van Maria’ en de ‘Lofzang van Simeon’ zijn postuum uitgegeven na het overlijden van Jan Zwart in 1937 door Dirk Jansz. Zwart.

Orgelconcert_Feike_AsmaOrgelconcert_Feike_Asma1
Door de kerstconcerten van Feike Asma in onder andere de Wilhelminakerk te Rotterdam en de Oude Kerk te Amsterdam na de Tweede Wereldoorlog krijgen de beide Kerstsuites van Jan Zwart grote bekendheid. Met de komst van de grammofoonplaat eind jaren ’50 worden integrale uitvoeringen van Zwarts kerstmuziek vastgelegd op het vinyl.
Als het Zwolse Schnitgerorgel in de Grote- of St. Michaelskerk in 1956 opgeleverd wordt na restauratie is Dirk Jansz. Zwart (1917 – 2002) spoedig in Zwolle te vinden voor één van de eerste opnamen van deze Kerstsuites. Later volgden volledige uitvoeringen op lp en cd van deze Kerstsuites door o.a. Feike Asma, Jaap Zwart, Willem Hendrik Zwart, Klaas Jan Mulder en Herman van Vliet.

Het Reformatorisch Dagblad wijdt op 24 december 2010 een artikel aan de Kerstsuites van Jan Zwart:

Intussen staan de Suites of delen ervan decennialang ieder jaar op talrijke concertprogramma’s en klinken ze in diensten en tijdens zangavonden. Wat is het geheim van deze kerstmuziek?

Everhard Zwart (1958) uit Krimpen aan den IJssel, kleinzoon van, groeide op met de Suites. Als kind van de Kamper organist Willem Hendrik Zwart zag hij de kerstmuziek ieder jaar terugkomen. Sinds hij zelf het vak in ging en concerten ging geven, zette hij de muziek ook elke Kerst weer op het programma.

Waarom de suites ieder jaar terugkomen? “Het antwoord is heel moeilijk en heel simpel. Moeilijk: druk nu eens in woorden uit waarom muziek mooi is? Dat is net als met andere kunstvormen. Leg maar eens uit hoe het komt dat een schilderij je hart raakt. Tegelijk is het heel simpel: deze muziek is mooi en blijft mooi, en de mensen willen het horen. In een kerstnachtdienst moet toch ook Lukas 2 gelezen worden? Of neem de Mattheüs Passion: daar gaan mensen toch ook iedere passietijd weer naar luisteren?”

De kracht van deze kerstmuziek ligt volgens Zwart in een combinatie van melodie, tekst en eerlijkheid en oprechtheid van de bewerkingen. “Ze weten het hart te raken. Het publiek reageert er altijd op.”

Hij herinnert aan de kerstconcerten die hij vroeger jaarlijks samen met zijn vader in de Rotterdamse Laurenskerk gaf. “Ieder jaar weer het ‘Stille Nacht’. Je hoorde het dan stil worden in de kerk. En natuurlijk reed dan prompt de trein langs de kerk. Daar kon je op wachten.”
jan_zwart_5

Volgens Zwart zijn de Suites ook internationaal bekend en geliefd. Tijdens een concerttour in Amerika speelde hij het ‘Stille Nacht’ eens bij 38 graden. “In the middle of nowhere. Een vrouw vertelde dat ze het ooit nog door mijn grootvader had horen spelen. Ze had het in geen vijftig jaar meer gehoord. Of ik het nog even wilde spelen. De mensen kwamen ervoor terug en luisterden ademloos.”

Volgens Zwart is het geen vraag of het sterke muziek is. “Dat is een schot voor open doel. Deze muziek gaat al meer dan honderd jaar mee. Dan kan het geen goedkope rommel of sentimentele muziek zijn. Dan had het geen stand gehouden. Kijk, alle muziek kun je slecht spelen. Ik weet dat de Kerstsuites wel eens afgeraffeld worden. Maar als je ze mooi speelt, blijft het mooie muziek.”

Kerst is niet compleet zonder de suites, vindt Everhard Zwart. “Je doet jezelf, de Kerst en je publiek tekort als je ze niet speelt.”

Kerstcantates

Toen Jan Zwart in 1907 de leiding kreeg van het toen opgerichte kerkkoor van de Hersteld Evangelisch-Lutherse Kerk in Amsterdam, betekende dat ondermeer dat hij ook aan de medewerking van het koor aan de erediensten inhoud moest geven. Dr. Frits Zwart schrijft in het programmaboek van de Nationale Jan Zwart-herdenking 1987:

‘Met zijn Koraalcantates introduceerde Jan Zwart het ‘Cantus Firmus’ zingen. Hiermee geeft Zwart met betrekkelijk eenvoudige middelen het kerkkoor een functioneel aandeel in de eredienst, zonder daarbij de gemeente tot passiviteit te brengen. Want bij de afsluitende coupletten zingt de gemeente de Cantus Firmus (de melodie) en het koor contrapunterende harmonieën, zonder de melodie te verdubbelen.’

Binnen het bescheiden repertoire van zijn ‘Koraalcantates’ bestaan een drietal ‘Kerstcantates’ in de bezetting voor soli, gemengd- en kinderkoor.
– Cantate over het kerstlied: ‘Looft God gij christ’nen al te zaam’
– Cantate over het kerstlied: ‘Jezus, Uw geboortefeest’
– Cantate over het adventslied: ‘O Gij mijn troost, mijn zoet verlangen’
– Hosianah (gemengd- en kinderkoor)

De cantates ‘Looft God gij christ’nen al te zaam’ en ‘Jezus, Uw geboortefeest’ zijn nauwelijks meer bekend en dreigen in de vergetelheid te raken. De cantate ‘O Gij mijn troost, mijn zoet verlangen’ (melodie bij ons bekend als ‘Op U mijn Heiland blijf ik hopen’) kom je nog wel eens tegen op kerstprogramma’s van zangkoren. De bezetting bestaat uit koor, sopraan, viool en orgel. Deze cantate opent met een prachtig thema dat vertolkt wordt met samenspel tussen viool en orgel.

In 1997 verschijnt er een cd met koraalcantates van Jan Zwart gezongen door het Christelijk Gemengd Koor ‘Cantate Deo’ uit Amersfoort onder leiding van Peter Eilander met Everhard Zwart aan het orgel. Het Reformatorisch Dagblad van 6 juni 1997:

”Peter Eilander is ervan overtuigd dat Jan Zwart in zijn tijd een uitstekend koor gehad moet hebben. “Als ik zie dat hij de sopranen rustig een hoge A laat zingen, een driestemmig vrouwenkoor voorschrijft en veel van de tenoren vraagt, dan gaat dat een gemiddeld koor boven de pet. Dat is, denk ik, ook de belangrijkste reden dat de koormuziek van Jan Zwart zo weinig bekend is. Zij stelt hoge eisen aan een koor. De leden moeten technisch behoorlijk wat kunnen, bereid zijn om langere tijd met een stuk bezig te zijn en daar flink op te studeren.”

Kerstfeest 1928

Jan Zwart schrijft bij het naderende kerstfeest in 1928 het volgende op:

“Is er wel één feest, dat zoo leert zingen als het feest van den geboren Christus? Maar hoe kan het ook anders! Zetten niet de Engelen in en stemden niet dadelijk de herders mee? Want, nauwelijks is het ‘prijzende God’ der menigte der hemelse heirlegers verstorven, of het ‘prijzende God’ der herders weerklinkt.
Leere ook ons de Engelen van Godswege, zooals zij dien herders deden, het komende kerstfeest onze weg te gaan ‘prijzenden God’ over alles wat wij hoorden en zagen van den Zaligmaker, welke is Christus de Heere.”

JK