Psalmzangavond 10 maart 2018

Geplaatst op: 14 maart 2018

Is iemand goedsmoeds? Dat hij psalmzinge

Door Jaco Bijlaar

De Psalmen, ze stonden op deze zangavond in de Jachin & Boazkerk centraal. Naast de lofzangen en de geestelijke liederen hebben ze een bijzondere plaats in de kerk. Ds. Hogchem wees daarop in zijn meditatie over Jacobus 5, vers 13B: ‘Is iemand goedsmoeds, dat hij psalmzinge’. In tijden van tegenspoed roept de apostel op om te bidden om hulp en uitkomst, in tijden van voorspoed is er de opwekking om te zingen. De dominee gaf daarvan voorbeelden: Zang op de gezelschappen, het kind dat onder het spelen een psalmvers neuriet en mensen die in de jaren twintig van de vorige eeuw vrijmoedig psalmen aanhieven in de trein. Ook al is er in de loop van de jaren veel veranderd in de samenleving, de oproep is en blijft actueel: Psalmzingt. In de kerk en daarbuiten. Ter verootmoediging, ter lofprijzing, tot eer van Zijn Naam.

Op deze zangavond klonken veel verschillende Psalmen in de kerk. Jeugdkoor Masora en gemengd koor Jeduthun gaven met hun programma een mooi overzicht van de diverse soorten Psalmen die er zijn. Ook de stukken van Harpe Davids waren qua thema en sfeer divers: een boetpsalm (6), een gebed (141) en twee lofpsalmen (75 en 146). Tussendoor was er alle ruimte voor samenzang waarbij ook de bovenstem goed te horen was. Een mooie ervaring was ook het samen zingen met de andere koren: Psalm 139 samen met Jeduthun en Psalm 136 samen met Masora. Hoge kinderstemmen en brommende mannenstemmen, het ging prima samen. Met enthousiasme smeedde dirigent Koos Tillema de klanken tot een mooi geheel. Hoog boven de koren gezeten, zorgden Harm Beens, Willem Jan Beens en Jan Koster voor de orgelbegeleiding.

Het samen zingend bezig zijn met de eeuwenoude Psalmen en hun rijke inhoud heeft een waardevolle en mooie avond opgeleverd die zeker voor herhaling vatbaar is. Dat ons doel ook bij de komende repetities en uitvoeringen mag zijn wat we hebben gezongen in Psalm 146: ‘k Zal zolang ik ’t licht geniet, Hem verhogen in mijn lied’.